zondag 23 februari 2014

LENTEWANDELING DE KABELJAUW (WERKGROEP NATUUR & MILIEU-EDUKATIE 1987)





Lentewandeling

mei 1987

"De Kabeljauw"

WAAR JE GOED OP MOET LETTEN:
* Blijf bij elkaar.
* Loop gewoon, hol niet.
* Maak geen lawaai; dan verstoor je vogels en andere dieren die hier leven.
* Let eens op de koeien en paarden die los rondlopen, je mag ze niet voeren.
* Beschadig geen heide, bomen en andere planten.
* Je mag wel overal aan ruiken en heel voorzichtig aan voelen.
* Blijf zoveel mogelijk op de paden.
* Gooi niets in de beken.

veel plezier

natuurmonumenten

Je wandelt dit voorjaar over DE KABELJAUW. Dit gebied wordt onderhouden door Natuurmonumenten. Het is een mooi heide-gebied met beken.
Waar de naam Kabeljauw vandaan komt? Dat kan niemand je vertellen. Er is wel een boerderij bij Wolfheze, die de naam Kabeljauw draagt.
De wandeling gaat door een heuvelachtig gebied dat is gevormd in de ijstijden. Je kunt hier nog mooie stenen
vinden uit die tijd, die stenen noemen we ZWERFKEIEN.

DIEREN OP DE HEIDE.
Wanneer je wandelt over de heide zul je geen schapen meer tegenkomen. Vroeger liep hier de herder met de schapen rond. De schapen hielden de heide kort en aten de jonge boompjes op. De zaadjes van de berk en de vliegden vallen overal in de heide, dus zou het hier weer een bos worden.

Op deze heide lopen nu andere dieren om het gras kort en de jonge boompjes klein te houden. Het zijn drie
paarden, elf koeien en drie Schotse hooglanders met hun kalfjes. Deze Schotse koeien hebben grote horens
en lange rode haren.
In 1982 zijn deze dieren hier gekomen. De oudste Schotse hooglander heet Bello en de jongste Julius. De dieren zijn helemaal gewend aan de mensen die over de heide wandelen. Kijk maar goed rond tijdens de
wandeling. Misschien kom je deze opmerkelijke beesten wel tegen.

Nu je dit allemaal weet, kan de wandeling beginnen.

een prettige wandeling

START: 
Bij het hekje achter "Mooiland". Je loopt door het hek Ie en loopt het paadje uit
Eerste pad links inslaan tot aan de omheining lopen. Hier zie je het bord van Natuurmonumenten
(Zie je de dieren die hier grazen?)
We gaan door het hek (heel goed sluiten) en lopen rechtdoor tot bij de grote vliegden.


DE VLIEGDEN.
Enkele bomen laat de boswachter staan op de hiede. Vind je dit geen prachtige oude boom? Voel
maar eens aan de ruwe bast. Doordat een zaadje uit de dennekegel in de heide is gevallen, is deze boom hier gekomen. De takken zijn naar alle kanten uitgegroeid. Je ziet dat de naalden met 2 bij elkaar staan. Tussen
de naalden kun je harsbuidels ontdekken. Dit noemen we harsmannetjes. Hierin leven rupsen. De rups verstopt zich in het hout van de tak. De boom gaat door de beschadiging veel hars maken, hierdoor ontstaat de harsbuil. De rups eet hars en verpopt zich tot vlinder in de buil. Zie je het gaatje in het harsmannetje? Hieruit is een grijs vlindermotje gekropen.
De denneboom heeft geen last van de rups die twee jaar op zijn takken leeft.





OPDRACHT 1:
a. Waarom heet deze boom een vliegden?
b. Waarom laat de boswachter deze boom staan?
c. Waarom gaat de boom na een beschadiging hars maken?

We vervolgen het pad tot aan het bankje.
Hier gaan we GRASSEN bekijken .


 GRASSEN zijn belangrijk voor mens en dier. Denk maar eens aan de melk die je elke dag drinkt. De koe die de melk levert kan niet zonder gras, dat het voedsel voor de koe is. Ook beschermt gras de grond tegen uitdroging. Grassen kunnen prachtig bloeien. In ons land komen wel 117 soorten gras voor.
Je moet goed zoeken om mooie grasstengels te vinden. De dieren hebben hier het gras afgegraasd. Hier op de heide kun je twee soorten gras vinden,

HET PIJPESTROOTJE. (zie afb. a.)
Vroeger werden de stengels meegebakken in de lange witte aardewerk pijpen (Goudse pijpen). Daardoor bleef het gaatje in de steel open.
Begrijp je nu de naam?
Het pijpestrootje heeft een paarse pluim en een lange rechte steel.                         a.

DE BOCHTIGE SMELE.
Deze grassoort kun je herkennen aan de kronkeltjes bovenin de bloemstengels. In de winter blijft de smele groen. Het vee is dol op het gras, want er zitten veel voedingsstoffen in.

Je zult tijdens deze wandeling kooien in de heide zien staan. Deze zijn neergezet door de L. Universiteit.
De onderzoekers kunnen de grassen dan af en toe onderzoeken.

OPDRACHT 2:
a. Bekijk de grassen eens met de loupe. Is de stengel hol? Waarom?
b. Kan gras bloeien?
c. Waarom zijn er kooien op de heide geplaatst?,
d. Door wie worden de zaadjes verspreid?

Vervolg het pad verder naar beneden tot bij het blauwe paaltje.

 Tussen gras en heidepollen kun je, bij zonnig weer, wel eens geritsel horen. Het kunnen HAGEDISJES zijn.
Ze liggen vaak te zonnen op een steen. De eitjes van de hagedissen worden op een warm plekje in het zand gelegd. Na 6 weken kruipen er kleine hagedisjes uit. Ze leven van insekten zoals vliegen en muggen. Af en toe barsten hagedissen uit hun vel en krijgen ze een nieuw jasje.
Vijanden van de hagedissen zijn kraaien, eksters en slangen. JIJ mag nooit een hagedis vangen, want ze
zijn beschermd. Dat betekent dat er nog maar heel weinig hagedissen in Nederland zijn.
Begrijp je nu waarom grote mensen en kinderen op de paden moeten blijven?

Ook de RINGSLANG komt hier voor. Je denkt misschien dat de ringslang alleen in het water leeft? Nee,
hij houdt er ook van om lekker te zonnebaden in de heide. De ringslang is NIET gevaarlijk en kan alleen
sissen, NIET bijten. De ringslang heeft twee gele of oranje ringen achter de kop.
Ze legt haar eieren op een vochtig plaatsje. De beken zijn belangrijk voor de ringslang. Hier kan ze duiken,
zwemmen en voedsel zoeken. Het voedsel bestaat uit visjes, kikkers en jonge vogels.
In de winter vind je deze slangen niet, want dan zijn ze in winterslaap, weggekropen in holen of onder blad
en stenen.

OPDRACHT 3:
a. Waarom moet je zoveel mogelijk op de paden blijven?
b. Noem een paar belangrijke verschillen tussen ringslang en hagedis.

Bij het blauwe paaltje gaan we rechtsaf. We vervolgen het pad tot aan de sprengkop.

Je staat hier bij een zijarm van de beek. Dit noemen we een SPRENG met een SPRENGKOP.
In de Middeleeuwen waren hier ook al beekjes. Er stroomde niet veel water doorheen; alleen regenwater en in de zomer stonden de beken daarom vaak droog.
In de Middeleeuwen wilden de mensen dat er meer water door de beek zou gaan stromen. Er was toen nog
geen elektriciteit, dus had men water nodig om molens te laten draaien.
Er werd gegraven, heel diep tot men de plaatsen vond waar het water uit de grond borrelde. De aarde gooide men omhoog. Zie je de wallen langs de beken?
Toen er veel water door de beken ging stromen, werden er molens neergezet. Er hebben hier wel 32 molens
gestaan.
In het Openluchtmuseum kun je nog een PAPIERWATERMOLEN gaan bekijken. Eerst werd er papier gemaakt in Antwerpen. Toen de 80-jarige oorlog in 1568 begon, gingen de mensen in Noord-Nederland ook papier maken. Dat is sinds die tijd zo gebleven, denk maar eens aan de papierfabriek in Renkum.
Nu zijn de molens verdwenen en een paar jaar geleden stonden de beken droog , want ze werden niet meer onderhouden.
Gelukkig zijn ze nu opgeknapt door vrijwilligers.
We moeten zuinig zijn op de beken; er leven allerlei bijzondere dieren in, zoals KIKKERS.
Gooi er dus geen afval in!

OPDRACHT 4.
a. Waarom worden de beken nu niet meer gebruikt?
b. Waarom moeten we wel zuinig op de beken zijn?

Zie je het paadje dat de dieren langs de beek hebben gemaakt? De Schotse hooglander Bello kun je hier wel eens door de beek zien stappen. Het gras langs de beek is natuurlijk veel sappiger.

We vervolgen het pad tot we bij het bruggetje zijn.

Kijk eens naar het heldere water van de beek. De temperatuur van het water is altijd ongeveer 8 a 10 graden C.
Wanneer je om je heen kijkt, kun je een grote grafheuvel zien liggen. Deze is van de KLOKBEKERMENSEN, die hier rond 1100 voor Christus woonden.
Er is een koperen dolk in de heuvel gevonden. Waarschijnlijk is er een belangrijk persoon in deze heuvel begraven. Deze heuvel wordt het "koningsgraf" genoemd.
Wanneer je heel stil bent, kun je de snelweg horen. Of hoorde je de weg al eerder tijdens de wandeling?
Er raast veel verkeer over de snelweg. Vroeger kwam er ook veel verkeer over de Veluwe. Toen waren er geen brede, geasfalteerde autowegen, maar zandpaden.
Zie je de sporen tegenover de brug? Dat zijn HESSENSPOREN. Rond 1750 kwamen hier hessenkarren langs. Dit waren karren met hele grote wielen en ze werden soms getrokken door wel 6 paarden.
Ze kwamen uit Hessen in Duitsland en trokken dwars door de Veluwe naar Amersfoort. Ze vervoerden allerlei spullen. De voerman had meestal een grote zwarte hoed op.
Soms werden ze overvallen door rovers of aangevallen door wolven die over de heide rondzwierven. Op deze plaats trokken de karren door de beek.

OPDRACHT 5:
a. Hoe lang geleden leefden hier de Klokbekermensen?
b. Hoe worden tegenwoordig de goederen vervoerd?

We gaan niet over de brug, maar vervolgen het pad omhoog.

Na een poosje zie je langs het pad grillige bomen staan; dit zijn JENEVERBESBOMEN.
Zie je ook voor de jeneverbes het heuveltje met konijnekeutels (konijnenlatrine) en de gaatjes van
de mestkever?
De jeneverbes is een boom die op de hei thuishoort. Het is een naaldboom. De naalden zijn akelig scherp.
Kijk eens tussen de takken. Je kunt groene en blauwe bessen vinden. De groene bessen zijn van dit jaar en de rijpe blauwe van vorig jaar. Vogels vinden de blauwe bessen lekker. De bessen worden in de zuurkool en
bij het maken van jenever gebruikt.
Vroeger waren de mensen bang voor deze bomen. In het donker zien de jeneverbesbomen er spookachtig uit. Ook vertelden de mensen elkaar griezelverhalen over deze bomen. Ze dachten toen nog, dat er heksen en aardmannen tussen de bomen woonden. Ook kon je in de buurt ervan "wilde wieven (vrouwen)" zien
rondzwerven.
Hier zie je ook twee soorten HEIDE groeien. De STRUIKHEIDE of Calluna (een Grieks woord - het betekent: reinigen). Vroeger maakte men ook bezems en borstels van de struikheide.
Je kunt de houterige stengels met de dikke blaadjes goed bekijken. De blaadjes kunnen niet veel vocht verliezen bij zonnig weer. De paarse bloempjes hangen met de kopjes naar beneden; ze kunnen daardoor
niet inregenen. De bijen en hommels nemen dus altijd droog stuifmeel mee.

De DOPHEIDE of Erica. Deze heide houdt van vochtige grond. Dopheide heeft mooie roze bloemetjes en zachte takken.
Af en toe komt een hommel inbreken in de bloem. Om snel bij de zoete stof (nektar) te
komen, boort ze een gaatje onderin de bloem.

OPDRACHT 6:
a. Waarom zijn er bijna alleen groene bessen aan de jeneverbesbomen te vinden?
b. Hoe komt het dat de boom er in het donker griezelig uitziet?
c. Noem eens een paar verschillen tussen de struik- en de dopheide.

We vervolgen het pad tot we aan de linkerkant berkebomen zien.

De prachtige berkeboom met zijn witte bast kun je ook op de heide vinden. In het voorjaar zie je de mannelijke katjes aan de boom hangen. De vrouwelijke katjes zitten aan dezelfde boom. De zaadjes hebben
vleugeltjes. Eén berkeboom kan 30 miljoen zaadjes per jaar uitstrooien.

Vroeger maakten de mensen bezems van de zachte twijgen van de boom. Je ziet dit soort bezems nog weleens in gebruik op boerderijen.
Lang geleden boorden de mensen in het voorjaar een gaatje in de bast. Het zoete vocht uit de boom werd opgevangen en daar werd haarwater en berkewijn van gemaakt. Berkehaarwater kun je vast nog wel bij de drogist kopen.

OPDRACHT 7:
a. Hoe worden de berkezaadjes verspreid?
b. Waarom groeien hier zo weinig berken op de heide?

We vervolgen het pad en zien al snel een heel oude eik langs het pad staan.

Zie je wat er met deze boom is gebeurd? De boom is door de bliksem getroffen. De boswachter laat de eik staan tot hij vanzelf omvalt.

We kunnen hier mooi over de heide kijken. Hier is de hei afgeplagd: de bovenste laag is eraf geschaafd. Dit moet af en toe gebeuren om de nieuwe zaadjes van de heide te laten ontkiemen. Ze doen maar steeds een
klein stukje, want de dieren die op de heide leven, mogen niet verstoord worden.

Vroeger gebruikten de mensen heideplaggen om er hutten van te bouwen. Ook werden heideplaggen op de daken van huizen gelegd, dat was een goede isolatie

In de schaapskooi werden de plaggen op de vloer gelegd. Daarop kwam schapemest en stro en daarop weer plaggen. Er werd net zolang gestapeld tot de schapen bijna met de kop tegen het plafond stonden. Daarna werd de schaapskooi leeggehaald en de mest werd op de akkers van de Veluwe gebracht. De boeren hadden de mest hard nodig. De zandgrond was "arm" (er zaten weinig voedingsstoffen in) en er wilde daarom niet veel op groeien.
Die schaapskooien noemde men "potstallen". Nu hebben we de wol, het vlees en ook de schapemest niet meer nodig. De boeren gooien nu meestal koemest of kunstmest op hun land. Omdat er niet zo veel schapen
meer gehouden hoefden te worden, verdwenen ook bijna alle heidevelden in ons land. Toch willen we de heide behouden. Door het afplaggen en door er dieren op te laten grazen, probeert de boswachter hier de heide toch mooi te houden.
De heide is belangrijk voor mens en dier. Je kunt er fijn wandelen. Soms zie je bijenkasten of bijenkorven
op de heide staan. Hierin wordt door de bijen honing verzameld. Heb je wel eens "heidehoning"
geproefd?


OPDRACHT 8:
a. Waaraan kun je zien dat de heide is af geplagd?
b. Wat is een potstal en waarom heet die zo, denk je?

Op het zandpad bij de oude eik kun je reeënsporen vinden. Er loopt een wissel (wildspoor) dwars over de
heide. De dieren trekken dan naar de akkers aan de overkant van de snelweg om te gaan eten. Helaas worden er veel dieren doodgereden. Kun je de sporen vinden?

We vervolgen het pad tot vlakbij de omheining en het hek.

Een klein vogeltje kun je vaak horen zingen op de heide. Het is de veldleeuwerik. Op een zonnige dag stijgt ze al zingend de lucht in. Je ziet dan alleen nog een stipje, maar opeens daalt ze weer snel naar beneden. Het nestje zul je niet snel vinden tussen de graspollen. De jongen hebben een schutkleur. Het voedsel bestaat uit insekten zoals vliegen en muggen. Het verenkleed is bruin. Op de kop heeft ze een korte kuif In de herfst vertrekt de leeuwerik helemaal naar Noord- Afrika om te overwinteren.

OPDRACHT 9:
a. Waarom heeft de veldleeuwerik een schutkleur?
b. Waar vliegt de leeuwerik heen in de herfst?
c. Waarom gaat deze vogel weg in de herfst?

We gaan door het hek (hek weer sluiten).


Je loopt nu ineens weer in het bos. Links zie je Corsicaanse dennen (bomen met slanke, grijze naalden). Je ziet hier bomen van allerlei leeftijden door elkaar staan.
De boswachter wil graag dat er hier een natuurlijk bos ontstaat. Bomen die omwaaien, mogen blijven liggen.
Op open plekken, waar de zon op de bodem kan schijnen, komen weer allerlei planten tevoorschijn.
Heb je je neus al gebruikt? Het ruikt hier heel anders dan op de heide.

Vervolg het pad en neem het tweede pad rechts.

Zie je de dikke oude eik?

Op dit pad zie je veel kegelschubben van de den op de grond liggen. Dit hebben eekhoorns gedaan. Ze eten de zaden uit de kegels.

We vervolgen het pad tot het eind van de wandeling.
Hier mag je een plakje van de boomstam afzagen.
Op doorgezaagde boomstammen kun je de ringen goed tellen. Wanneer je de ringen telt, weet je ook de leeftijd van de boom. Vooral bij naaldbomen zijn de ringen duidelijk te zien. De buitenste ring is de jongste. De ringen zijn afwisselend licht en donker; de lichte ringen komen in het voorjaar, want dan groeit de boom snel. De donkere harde ringen groeien in het najaar. Kun je tellen hoe oud deze boom is?

* We hopen dat je een fijne wandeling hebt gehad.
* Je weet nu veel over dit heidegebied.
* Vertel er maar eens over aan andere mensen.


Dit boekje is uitgegeven onder verantwoordelijkheid van de "Werkgroep voor Natuur- en Milieu-edukatie" in de Gemeente Renkum. Het boekje is geschreven door I.V.N.-gidsen van de Zuid-West Veluwezoom.







Wij danken de heer Aandeweg van Natuurmonumenten en anderen voor hun medewerking bij de
totstandkoming van dit natuurpad.


maandag 20 januari 2014

WANDELEN OP DE BERGERHOF (HEEMKUNDE RENKUM 1999)




Bergerhof of Mussenberg


door: C Burgsteyn

 Dit artikel is gepubliceerd in: 


In het gemeentearchief in Oosterbeek wordt een oude kaart bewaard uit 1712 met het volgende opschrift: De Caerte der Buerschap Harte, alsmede een gedeelte van Renkom[1]
Hierbij moet U dan niet direct denken aan het Harten, zoals de oude Renkumers dat gekend hebben, deze Buerschap zoals het zo mooi op de kaart staat, werd in die dagen veel ruimer gezien. In de achttiende eeuw werd bedoeld het gehele beekdal, vanaf Grunsfoort tot boven aan de Kwadenoord, ja zelfs nog een stukje richting 'De Ginkel', (dus over de huidige spoorlijn heen). Uit dat achttiende eeuwse 'Harten' van toen wil ik voor dit artikel een klein stukje pakken, en wel de 'Bergerhoff. Het staat er op die oude kaart zo mooi aangegeven. Het hele gebied dat ik U wil beschrijven had toen de naam: 'De Leyenberg van Gijsben Gerritse'. En dan vinden we hier al direct de naam 'De Keyenberg' in terug. Want eenmaal een naam verkeerd geschreven, veelal bleef hij dan ook zo. Deze Gijsbert Gerritse zal daar toen hebben geboerd.
En het was niet zo'n klein gebied. Integendeel, hij zal er zijn handen aan vol hebben gehad. Op onze kaart komen maar liefst 13 percelen voor, die elk met naam worden genoemd.
We lezen: Het grote stuck - Het vorste stuck - Den Hanck - Toubackstuck - Bergerhoff- Den Hoff bij het huys - De Elsweide (venige grond) - De Reyen Els - Heidewegen en Onland – De Bergenacker.
Zo een hele rij namen, waarbij we bij enkelen toch wel wat bekends terugvinden. Ook lezen we van een 'huys met hoff'. En daarmede zijn we bij onze 'Bergerhoff' aangekomen.

Veel is hier uit het verleden niet over bekend. Uit een oud stuk van 1791, kunnen we lezen dat de bebouwing de Bergerhoff wordt verkocht aan Cornelis Munter uit Wageningen. De bebouwing bestond toen uit 'Huys, twee bergen (hooibergen) en koffen weiland, grenzende aan de
Cortenberg' en 'Grunsfoort'. Tevens lezen we dat de Bergenacker is verkocht aan een zekere Jan Boekelman.
Hieruit blijkt dus wel, dat het gehele gebied zo tegen het jaar 1800 uit elkaar aan het vallen is. Maar de naam Bergerhof is tot op heden blijven bestaan. Het moet daar op die hoge rand van het dorp Renkum wel mooi wonen geweest zijn. Maar of de bewoners uit die dagen daar ook al oog voor hadden, blijft voor mij de vraag. De bouwing 'Bergerhoff' was dus daar, waar eens een rijtje arbeiderswoningen stond, die vele ouderen onder u zich wel zullen herinneren. Wes Beekhuizen schrijft in zijn boek 'Groen was mijn dorp', dat op deze z.g. 'Mussenberg' een soort kazerne stond, die later werd vervangen door een tiental woninkjes, veilig weggestopt achter een rij lindebomen. Van deze z.g. woonkazerne is mij niets bekend; mocht U hierover iets nader weten, dan verneem ik dit graag van U.
Volgens een oude akte verkoopt in 1875 een zekere Marten Pannekoek, landeigenaar te Wageningen, aan Elizabeth Meulenkamp, dienstbode aldaar een gebouw met 10 woningen, put en tuin gelegen op de Bergerhof te Renkum. Het geheel voor een bedrag van f 1500,- Een jaar later verkoopt deze dienstbode haar nieuwe bezit voor f 2000,- aan Johannes Hulshuizen bakker te Renkum. Vijfhonderd gulden winst in één jaar, moet in die dagen geen slechte handel geweest zijn. Bij deze verkoop wordt weer gesproken over één gebouw met tien woningen.
Op de hiernaast afgebeelde kaart van Renkum (uit ca. 1925) wordt het buurschap Harten aangegeven. Het laaggelegen gebied aan de noordwestrand van Renkum met de bebouwing rond de Hartensche weg.
De Bergerhof is thans de naam van de wijk tussen de Europalaan, Beukenlaan en Willibrordweg. Dit hooggelegen gebied was in J925 nog voornamelijk bouwland - de Hank - maar er stond aan de rand
uitkijkend op de Beukenlaan en het beekdal - een opvallende huizenrij die in de volksmond de 'Mussenkeet' genoemd werd. Deze huizenrij is op de kaart ingetekend.

Maar waren dat nou dezelfde woningen die plaats moesten maken voor de flats op de Bergerhof? Of moeten we denken aan een eerder plaatsgevonden vervanging van het gebouw met tien woningen dat Marten Pannekoek reeds voor 1875 in zijn bezit had?

Maar deze woningen stonden er niet alleen, er was meer bebouwing. Het was daarboven aan de Hucht van de Waterweg, op de uiterste noordgrens van de Hank (de Hank behoorde volgens onze kaart tot de Bergerhof) dat in 1860 Jan van Heukelom zijn boerderij met
schaapskooi bouwde. Deze boerderij was zeer gunstig gelegen aan de schaapsdrift, die zich in het verleden tot aan het dorp uitstrekte. En langs deze schaapsdrift dreef van Heukelom zijn schaapjes dagelijks naar de heide.
Van Heukelom was eerder pachter van de boerderij op de 'Keyenberg' geweest, dus zijn dagelijkse tocht met de schapen werd wel wat langer. De door hem gebouwde boerderij heeft gestaan op de plaats waar nu de Europalaan overgaat in de Schaapsdrift, en de voorgevel was parallel gelegen langs de Waterweg. Langs de Waterweg was als afscheiding
een doornenheg, met daarachter en moestuin. De boerderij was gebouwd in de z.g. Gelderse Stijl, d.w.z. met een dakbedekking van deels riet, en deels pannen. Achter het woongedeelte was de deel gelegen met de stallen. Rechts van de boerderij lag een brede oprit, waaraan ook de schaapskooi was gelegen.
Na de dood van Van Heukelom werd Cornelis van den Born bezitter van de boerderij, en zijn broer Gerrit is nog vele jaren als herder met de schapen naar de heide getrokken. In 1921 verhuisde het gezin Van den Born naar de Keyenbergseweg, waar zij een nieuwe woning betrokken. En op deze boerderij kwamen als nieuwe bewoners de familie Hooyer. Hierna heeft de boerderij nog enige tijd leeg gestaan, tot de Gemeente eigenaar werd en er besloten werd tot slopen om plaats te maken voor de huidige bebouwing op deze plaats. Dat ondanks pogingen van het toenmalige raadslid, de heer Hulsteyn, om deze boerderij te behouden
als een herinnering aan het verleden.
Van Heukelom was gehuwd met Johanna Reinders. Behalve boer en schapenhouder was hij ook vrachtrijder voor de papierfabriek Sanders op 'Harte'. Op de leeftijd van 24 jaar vervulde hij reeds het ambt van diaken bij de hervormde gemeente, en gedurende de ambtsperiode van ds. Gewin (1879-1884) was hij ouderling.
Een van zijn kleinkinderen heeft een levensbeschrijving van hem geschreven, en uit deze beschrijving geef ik u één gebeurtenis. Een verhaal dat zich afspeelde in de donkere dagen voor kerst, in het jaar 1864.
Grootvader Van Heukelom trouwde in 1863 met Johanna Reinders. Ze woonden op de Mussenberg in Renkum, vlakbij de Keyenberg. In 1864 hadden de jonggehuwden zich al ter ruste begeven, toen er op de deur werd geklopt. 'Wie zou dat zijn, daar zo midden in de nacht, en dat met die koude?' Grootvader zij: 'Ik ga kijken'. Grootmoeder maakte bezwaren, maar toen er weer werd geklopt gingen ze samen naar de deur, en daar hoorden ze een klagende vrouwenstem roepen. 'Ik ben verdwaald, ik moet naar Ede en ik weet me geen raad meer. Hebt u misschien vannacht ook een plaatsje voor mij in de schuur?'
Met z'n drieën staken ze in de kou de binnenplaats over, langs de grote zwengelpomp, naar de schuur, waar de vrouw een warm plekje kreeg in het hooi met een paardendeken. Maar weer terug in bed maakte grootmoeder zich toch wel ongerust. 'Is die vrouw wel te vertrouwen, zou ze geen boze plannen hebben?' Dan maar weer het bed uit, en samen slopen ze onhoorbaar weer naar de schuur. En ja, daar hoorden ze iemand praten. Zie je wel, ze praat met iemand, er moet nog iemand in de schuur zijn! Nog even heel goed luisteren en daar hoorden zij de vrouw God danken voor haar plekje in de schuur, en de ondervonden liefde.
Beschaamd en diep ontroerd, namen grootmoeder en grootvader even later de arme vrouw mee naar huis. Daar mocht ze in een heerlijk bed de verdere nacht slapen en rusten.






[1] Deze kaart is ook opgenomen in de publicatie over Harten van Jan Neefjes: Harten een 'verdwenen' Buurschap op de Veluwe bij Renkum. Renkum juni 1992. Een verslag over onderzoek naar de oudste geschiedenis van Harten.

woensdag 15 januari 2014

QUADENOORD WANDELING (HOOG EN LAAG 1995)

WOENSDAG 26 JULI 1995
Tekst en foto’s
GERRIT DE GRAAFF

Natuurwandeling voor thuisblijvers en vakantiegangers Tijdens de vakantie worden thuisblijvers uitgenodigd voor een natuurwandeling in de veelzijdige natuurgebieden aan de westkant van de Veluwe. Wie weet zijn er gasten op bezoek. Zo’n wandeling is misschien een aardige gelegenheid om hen eens kennis te laten maken met de natuur van Midden-Nederland. Het is de bedoeling dat u de route op bijgaand kaartje zelf gaat lopen op een tijd dat u het beste schikt. Onderweg wordt u attent gemaakt op allerlei interessante dingen die op het kaartje met een cijfer zijn aangegeven. Als er kinderen meegaan, laat die dan de route op het kaartje uitpuzzelen en de korte verhaaltjes oplezen. Ze zijn er dan meer bij betrokken. De hond mag mee, maar moet aan de lijn. Neem als het kan een verrekijker mee. We brengen een bezoek aan het fraaie landgoed Quadenoord, gelegen tussen Bennekom en Renkum. Bij het voorbereiden van de tocht kwam ik bij zulke gave plekjes dat ik dacht: hoe moet je zoiets nu beschrijven.


De bekende natuurvorser Jac. Gazenbeek beschreef Quadenoord, ongeveer 25 jaar geleden als volgt: „Het is een romantisch dal, een groene Vallei, die gerust als een der fijnste recreatieoorden van de zuidwest Veluwe mag worden betiteld. Kristalheldere beekjes zoeken er, tussen grillige vliegdennen door kronkelend hun weg, vormen geheimzinnige eilandjes, trekken een zilveren lint langs heuvelland en heidezoom, glippen hier weg in een ruisend berkenbos om even verder weer glinsterend en glanzend voor de dag te komen, er zo voor zorgend dat een landschap ontstond van heuvelruggen en dalen, geurend groen en koel water, alles bij elkaar wel zó bijzonder, dat het wel tot iedereen moet spreken, die enig gevoel voor de natuur heeft."

Lommerrijke wandeling op Quadenoord
Wie van Bennekom naar Renkum gaat komt door een laagte heen. Dat is het dal van de Molenbeek. Links van de weg ligt het eeuwenoude landgoed Quadenoord. In 1703 komt de naam al voor in leenregisters. De naam Quadenoord is waarschijnlijk afkomstig uit de tijd van de Romeinen. De Quaden behoorden tot een Germaanse volksstam, die gelijk met de Romeinen in onze streken woonden. Kennelijk vonden ze het gebied, waar Quadenoord nu ligt, een fijne plek om te wonen. Dat is trouwens te zien aan de vele grafheuvels die er te vinden zijn. Het vreemde is echter dat de Romeinen sporen hebben achtergelaten en de Quaden niet. De Quaden waren vijanden van de Romeinen. Waarschijnlijk hebben de Quaden hier een tijdje gewoond, vandaar de naam Quadenoord. Sinds 1875 is dit gebied in handen van de familie Koker, die het nog steeds beheert.
De route gaat ook langs het Natuurvriendenhuis 'De Boshoek', waarin al sinds 1973 het museum 'Tute Natura' is gevestigd. Op 't ogenblik is hier een interessante expositie te zien over de vroege ijzerwinning op de Veluwe. Normaal is het museum alleen op zondagmiddag geopend van 11.00 tot 15.00 uur. Speciaal voor de wandelaars van deze krant is het museum extra geopend op woensdag 26 juli van 11.00 tot 13.00 uur en op zaterdag 29 juli van 11.00 tot 15.00 uur.
De route is ongeveer vijf kilometer lang. Neem iets te drinken mee, want er is geen restaurant of iets dergelijks. Wij hebben de route voorgewandeld bij een temperatuur van 30 C. Heerlijk. Vandaar: lommerrijke wandeling. Veel plezier.

l. Beginpunt wandeling 
De wandeling begint op een parkeerplaatsje vlak bij de Molenbeek. Komende uit Bennekom, richting Renkum, in de laagte rechtsaf de Nieuwe Keijenbergweg inrijden en meteen weer rechts: een beschaduwde plek om de auto neer te zetten. Een beekje met helder water. Waar vind je dat nog in ons land? Iets terug ligt de monumentale boerderij 'Everwijnsgoed' met de blauwe deuren. Volgens de gevelsteen is de boerderij gebouwd in 1858, maar uit oude stukken blijkt dat er in 1791 ook al een boerderij was. Bekijk de route op het kaartje. Steek de drukke Bennekomseweg over en volg de Molenbeek tot punt 3. Rechts van het pad is een hoge stuwwal. Als er struikjes zijn met rode bessen eraan dan is dat de bergvlier. Het eerste stukje van de route is eigendom van staatsbosbeheer: Boswachterij Oostereng.

2. Bruggetje
Mooi uitzicht over de weide. De paarden zullen er wel weer lopen. Over dit bruggetje komen we straks terug. Voel even aan het water: mooi schoon en koel. Soms spelen hier kinderen. Vroeger werden hier schapen gewassen op de route van de schaapskooi naar de Renkumse heide. U verlaat hier de Boswachterij Oostereng. Door het hek komt u op het landgoed Quadenoord. Wat een verschil: rechts een droog dennenbos en links de groene weiden en het heldere beekje.

3. Quadenoord
Stop even bij het verharde fietspad. Links ligt het huis Quadenoord. Je kunt er niet heen want het is privébezit. Aan het huis is trouwens niet veel schoons te zien. Ga verder langs de schuur aan de overkant van de weg. De route gaat langs de kerstboomkwekerij van Quadenoord. Verderop is de locatie van de landgoed- en kasteelcamping. Al vele jaren kamperen hier natuurliefhebbers en rustzoekers. Later volgt nog zo'n plek.

4. Paaltje
Op een kleine open plek in het bos, links van het pad, staat een plat paaltje met daarop de letters BK. Hier gaat de route via een smal paadje terug naar het beekdal. De takken van de braamstruiken moet u maar voor lief nemen. Kijk even rond als u bij de weide aankomt. Hier gaan twee beekjes over elkaar heen. Het water van rechts stroomt onder de droge beekbedding door: een soort aquaduct dus. Verderop is dit droge beekje uitgegraven en staat er water in. Ook hier een natuurcamping van Quadenoord.

5. Twee bruggetjes
Hier komt de Molenbeek weer in zicht. Je zou het water wel willen drinken, maar dat is niet goed, al hebben proeven uitgewezen dat het van zeer goede kwaliteit is. Ga de beide bruggetjes over en vervolg de route door hoge braamstruiken. Rechts is een schitterend boerderijtje. Ga door het hek meteen links af. Niet het erf op. Dat vindt de familie Akkerman niet leuk. Achter de schuur ziet u het Natuurvriendenhuis 'De Bosbeek' en het museum.

6. Museum Tute Natura
In de kelder van het natuurvriendenhuis is het museum. Als u rekening hebt gehouden met de openingstijden, vermeld in de inleiding, kunt u er terecht. De heer Andries Ott zal u ongetwijfeld het één en ander vertellen van het museum. Het is zo langzamerhand een levenswerk van hem geworden. De huidige expositie ”Vroegere ijzerwinning op de Veluwe" geeft een duidelijk beeld van het leven en werken in de ijzertijd. De toegang is gratis, maar hij hoopt wel op een bijdrage in de rode bus.

7.De Bosbeek
Ga bij het bord ,,Panoramahoeve" linksaf een bospad op. Na ongeveer 50 meter ziet u links de bron van de Bosbeek. Mooi helder water stroomt verderop door mosveldjes. Heel fraai. De Bosbeek is een spreng die eeuwen geleden gegraven is om meer water in de Molenbeek te krijgen voor de watermolens bij Renkum. Later komt de Bosbeek in de Molenbeek. Volg het pad langs de beek. Bij een volgende zijtak van de Molenbeek ziet u een paar mooie sprengkoppen.

8. Grafheuvel
Ga even, heen en weer, naar een grote grafheuvel. Op Quadenoord liggen veel grafheuvels. Ongeveer 4000 jaar geleden hebben de bewoners van de streek hier hun doden begraven. De heuvel is van boven wat afgeplat doordat hij in 1954 door archeologen is opengelegd. Twee fraai versierde klokbekers zijn toen gevonden. Aan de grondlagen was te zien dat hier in drie periodes mensen zijn begraven.
Nu weer terug en over een smal pad de tocht vervolgen.

9. De Beukenlaan
De route gaat verder door een laan met oude beuken. Rechts een akker met phacelia. Deze blauwbloeiende planten leveren veel nectar voor bijen. Je kunt ook goed zien dat deze planten in de schaduw nauwelijks groeien en bloeien. Iets verder linksaf. Op de hoek aan de overkant groeit dalkruid en adelaarsvaren.

10. Boomstam
Links ligt al vele jaren een boomstam. Het is een eik die nog lang niet verrot is. Rechts een mooie akker met rogge. Dat zie je niet veel meer. Bij de gelige vlierstruik ziet u links het huis Quadenoord met het beekdal. Vroeger was bij Quadenoord ook een watermolen. Als ik daar woonde ging ik hem weer in ere herstellen. Ga een eind verderop, ongeveer 50 meter voor de volgende roggeakker, linksaf.

11. Beekdal
U kunt hier het hele beekdal van de Molenbeek mooi overzien. Stop eens bij de Amerikaanse eik. Er heeft hier ergens een kapel gestaan. Misschien wel op de verhoging links van het pad. Ook de oude lindebomen iets verder wijzen daar op. Je plant niet zomaar lindebomen in een weide. Een beetje naar rechts op de achtergrond ligt nog een grafheuvel. Hij staat ook op het kaartje aangegeven.
Kijk nog even rond bij de bruggetjes. De tocht is ten einde.
Ongetwijfeld zult u Quadenoord nooit meer vergeten. Een plek om nog eens op terug te komen. Een bijzonder woord van dank aan Andries Ott die de hele route met mij heeft voorgelopen. Tot volgende week in Appel.